Olympische spelen 2004



Kogelkoppen.

Speervangen.

Discushappen.

100 meter hordenduiken.

Snelduiken.

400 meter zandkotsen.

Paardtrekken.

Gewichtbeffen.

Kanobaren.

Prijsneuken met versierde lullen.

Verspugen.

Hoogpissen.

Zaklopen.

800 meter fietsen met losse armen.

800 meter fietsen zonder tanden.

2 km hielen likken.

4 km rug kruipen.

200 meter zand happen.

50 meter bier spugen.

20 km knierennen.

200 meter handstandspringen.

Eén meter emailberichten lezen.

1500 meter Paalzitten.

100 meter horden mollen.

5 kilometer hinkstapsprong.

100 meter slapen met hindernissen (speciaal voor ambtenaren).

100 meter plunderslag.

100 meter dufkijken.

Kleiduiven boetseren.

Marathon door het bos voor incontinenten.

Dwergwerpen.

Poolstok-hoog-monopoly.

Diepzee schaken.

Schoon zeiken.

100 meter vrije val met en zonder aanloop.

100 meter zaadglijden.

500 meter seks met hindernissen.

5 km onder water zwemmen (zonder ademhalen).

73 centimeter keutelpissen.

100 meter figuurzagen.

Dweilbuigen.

25 meter baksteenslag.

400 meter neusvreten.

100 meter maten naaien.

Kickdammen